Hout een stukje natuur

Er bestaan op deze wereld ongeveer 30.000 tot 40.000 houtsoorten, slechts een 600 hiervan zijn in de handel verkrijgbaar. Elke soort heeft zijn eigen kleur, hardheid en nerfstructuur. Hout ten behoeve van de meubelindustrie is veelal afkomstig van naaldbomen (oa. Nederland en Scandinavië) en loofbomen (oa. Verenigde Staten, Europa en Azië). Naaldbomen kenmerken zich door een snelle groei waardoor het een zachtere houtsoort is. Voorbeelden zijn spar, vuren en grenen. Loofbomen groeien traag, met als gevolg dat het hout veel harder is. Voorbeelden zijn eiken, berken, beuken, kersen en tropische houtsoorten zoals teak, bangkirai en sisam.

De waarde van hout wordt bepaald door zijn hardheid en gewicht. Zachte houtsoorten zoals spar, grenen en els worden omwille van hun gunstige prijsklasse meestal in natuurlijke staat voor massieve meubelen gebruikt. Middelharde houtsoorten zijn es, beuk en notelaar. De beuk is geschikt voor parketvloeren en het onderstel van beklede meubelen. De es en het dure notenhout worden vaak tot fineerhout verwerkt. Harde houtsoorten zoals kerselaar en eik zijn bijzonder waardevol. Beide worden zowel voor massieve meubelen als voor fineerplaten gebruikt.